De fiscale behandeling van onderhoudsuitkeringen heeft jarenlang tot stevige discussies geleid. Met de wet van 18 december 2025 houdende diverse bepalingen (Belgisch Staatsblad 30 december 2025) heeft de wetgever nu duidelijk gekozen voor een grondige bijsturing. En die bijsturing is niet min.
Hoe zat het tot nu toe?
Tot eind 2024 gold een bijzonder gunstig fiscaal regime voor onderhoudsuitkeringen:
- Onderhoudsuitkeringen waren voor 80% aftrekbaar in hoofde van de onderhoudsplichtige
- De aftrek was onbegrensd
- In de hoogste belastingschijven kon dit leiden tot een fiscaal voordeel van meer dan 40% (inclusief gemeentelijke opcentiemen) van de betaalde uitkeringen
Dat systeem had echter duidelijke scheeftrekkingen.
Waarom vond de wetgever het systeem niet langer rechtvaardig?
Bij nadere analyse bleek de fiscale behandeling van onderhoudsuitkeringen moeilijk te verantwoorden vanuit een gelijkheidsprincipe:
- Samenwonende ouders kunnen de kosten voor onderhoud en opvoeding van hun kinderen fiscaal niet in rekening brengen
- Gescheiden of niet-samenwonende ouders konden daarentegen twee fiscale voordelen combineren:
- Aftrek van de betaalde onderhoudsuitkeringen bij de onderhoudsplichtige
- Een toeslag op de belastingvrije som voor het kind ten laste bij de ouder bij wie het kind inwoont
- Bovendien worden ontvangen onderhoudsuitkeringen meestal niet belast wanneer de genieter een kind is
- En ten slotte: hoe hoger het inkomen van de betaler, hoe groter het fiscaal voordeel
Dat alles samen leidde tot een systeem dat fiscaal aantrekkelijk was, maar maatschappelijk steeds moeilijker te verdedigen.
Wat verandert er concreet?
De nieuwe wetgeving kiest resoluut voor een gefaseerde afbouw van de aftrekbaarheid van onderhoudsuitkeringen.
Afbouw van het aftrekpercentage
Periode | Aftrekbaar percentage |
Tot 31/12/2024 | 80% |
Vanaf 01/01/2025 | 70% |
Vanaf 01/01/2026 | 60% |
Vanaf 01/01/2027 | 50% |
Belangrijk: de vermindering naar 70% geldt met terugwerkende kracht voor onderhoudsuitkeringen die betaald of toegekend zijn vanaf 1 januari 2025.
Extra verstrenging: niet-EER-genieters
De wetgever gaat nog een stap verder.
Onderhoudsuitkeringen die worden betaald of toegekend aan een persoon die geen inwoner is van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte (EER) zijn sinds 1 januari 2025 volledig niet meer aftrekbaar.
Dit is een breuk met het verleden en kan een aanzienlijke impact hebben voor wie onderhoudsverplichtingen heeft ten aanzien van personen buiten de EER.
Wat betekent dit voor jou als ondernemer of particulier?
- Het nettokostplaatje van onderhoudsuitkeringen stijgt aanzienlijk
- Bestaande afspraken blijven civielrechtelijk gelden, maar fiscale simulaties moeten herbekeken worden
- Voor ondernemers met een hoger inkomen verdwijnt een belangrijk optimalisatie-instrument
- Internationale situaties vragen extra aandacht en herplanning
Onze visie bij Cobofisk
Bij Cobofisk begrijpen we dat dit geen louter technische wijziging is, maar een maatregel met reële financiële gevolgen voor gezinnen en ondernemers. De nieuwe regelgeving vraagt om:
- correcte fiscale inschattingen;
- herbekijken van bestaande afspraken;
- en in sommige gevallen: tijdige bijsturing
Heb je vragen over de impact van deze nieuwe regels op jouw persoonlijke situatie of onderneming?