Overslaan naar inhoud

Waar ligt vandaag de fiscale grens (met bakens uit rechtspraak & parlement)?

20 januari 2026 in

Wie vandaag belegt — in aandelen, fondsen, opties of crypto — stelt zich vroeg of laat dezelfde vraag: “Moet ik hier belastingen op betalen?”

Het antwoord is zelden een simpel ja/nee. In België draait het vooral om kwalificatie:

  • valt dit nog binnen het normaal beheer van privévermogen (klassieke “goede huisvader”)?
  • is het speculatie/abnormaal beheer (vaak 33% als diverse inkomsten)?
  • of is het beroepsmatig (progressieve tarieven, mogelijk ook sociale bijdragen)?

Met de aangekondigde nieuwe meerwaardebelasting vanaf 2026 wordt die vraag nóg belangrijker, omdat het verschil in kwalificatie meteen een groot verschil in tarief kan betekenen.

De fiscus kijkt niet naar wat u zegt, maar naar wat u doet

Wie zegt “ik doe dit privé”, is niet automatisch veilig. In de praktijk is de redenering altijd: welke feiten wijzen op normaal beheer, en welke feiten wijzen op speculatie of beroepsmatigheid?

Dat “feitelijke” karakter wordt ook bevestigd in de rechtspraak: het Hof van Cassatie aanvaardt dat een meerwaarde (of zelfs een deel ervan) als divers inkomen kan worden belast wanneer ze voortvloeit uit een abnormale verrichting met betrekking tot het privévermogen. Wat kijkt men in de praktijk na?

Er bestaat geen officiële checklist, maar in discussies met de fiscus keren dezelfde factoren terug:

  • Frequentie en regelmaat (occasioneel vs. structureel)
  • Tijdshorizon (lange termijn vs. korte ritten)
  • Organisatie & middelen (tools, hefboom, bots, kennisniveau)
  • Risicoprofiel (concentratie, geleend geld, agressieve strategie)
  • Winstoogmerk (beleggen vs. inkomsten “maken”)

Bij crypto is dit zelfs expliciet in het parlement benoemd: in een parlementaire vraag/antwoord wordt het klassieke schema bevestigd: normaal beheer = geen belasting, speculatieve verrichtingen buiten beroepsactiviteit = diverse inkomsten (33%), beroepsmatig = beroepsinkomsten

Drie profielen (met de juiste fiscale reflex)

1) De “goede huisvader”

Dit is de langetermijnbelegger:

  • koopt gespreid,
  • houdt meestal langere tijd aan,
  • verkoopt eerder uitzonderlijk (herallocatie, nood aan cash, …).

De kans is groot dat dit als normaal beheer wordt gezien.Voor crypto bestaan er bovendien duidelijke “handvaten” vanuit de rulingpraktijk, onder meer via de officiële vragenlijst van de Dienst Voorafgaande Beslissingen (DVB).

2) De actieve belegger (grijze zone)

Deze belegger:

  • handelt meerdere keren per maand,
  • stuurt actief bij,
  • neemt bewuste risico’s,
  • maar heeft daarnaast een andere hoofdactiviteit.

Hier komt het debat “speculatie/abnormaal beheer” snel op tafel, met mogelijke taxatie als diverse inkomsten (33%). Dat “33%-spoor” voor crypto wordt ook in info van consumenten- en praktijkbronnen consequent bevestigd. 

3) De beroepsbelegger

Dit is geen titel die u zichzelf geeft — dit is een kwalificatie.

Indicatoren:

  • zeer frequente transacties,
  • professionele organisatie,
  • veel tijdsbesteding,
  • duidelijke strategie, soms ook afhankelijkheid van inkomsten.

In dat geval schuift men richting beroepsinkomen (progressief). In praktijkartikels wordt dit steevast gekoppeld aan het idee van een “winstgevende bezigheid” (bv. actieve trading, mining, systematische aanpak).

Nog een belangrijk punt uit de rechtspraak: kosten en “netto-belastbaarheid”

Als een meerwaarde wél belastbaar wordt als diverse inkomsten, is het niet louter theorie dat kosten relevant kunnen zijn. Het Grondwettelijk Hof oordeelde op 21 september 2023 dat het onderscheid tussen bruto- en nettobelastbaarheid voor dergelijke meerwaarden problematisch was, waardoor het debat over kostenaftrek bij belastbare meerwaarden op aandelen concreet is geworden.

Praktisch vertaald: wie in een discussie belandt over 33%, moet niet alleen naar het tarief kijken, maar ook naar documentatie en kosten die aantoonbaar samenhangen met het realiseren van de meerwaarde (uiteraard binnen de wettelijke grenzen).

De Cobofisk-conclusie: stuur vóór u verkoopt

De rode draad door parlement, rulingpraktijk en rechtspraak is simpel: het is altijd “case by case”, en de feiten primeren. Daarom is onze insteek bij Cobofisk niet: achteraf redden wat er te redden valt, maar vooraf kaderen:

  • Welk profiel ben ik vandaag?
  • Welke feiten kunnen tegen mij gebruikt worden (frequentie, tools, concentratie, lening, …)?
  • Hoe documenteer ik mijn strategie en intentie?
  • Wanneer loont een ruling of voorafgaand advies?

Want één ding staat vast: de fiscus kijkt achteraf, maar u kan alleen vooraf bijsturen.

Twee mini-casussen uit de praktijk

Casus 1 – Crypto: buy-and-hold of toch iets meer?

Situatie A – buy-and-hold

Een ondernemer koopt over een periode van twee jaar enkele grote cryptomunten (bv. BTC en ETH).

Hij:

  • stort onregelmatig bij wanneer hij overschotten heeft,
  • houdt de munten meerdere jaren aan,
  • verkoopt één keer gedeeltelijk om een investering te financieren.

Dit profiel sluit sterk aan bij normaal beheer van privévermogen. In de huidige stand van zaken wordt dit doorgaans niet als speculatief of beroepsmatig gezien.

Situatie B – actieve rotatie

Dezelfde ondernemer:

  • handelt wekelijks,
  • roteert actief tussen altcoins,
  • gebruikt grafieken, indicatoren en alerts,
  • volgt de markt dagelijks,
  • en boekt structureel winsten.

Hier schuift men richting speculatie of zelfs beroepsactiviteit. De kans op belasting als divers inkomen (33%) of beroepsinkomen wordt reëel — ook al gebeurt alles op privébasis. 

Casus 2 – Aandelen: eenmalige verkoop of structurele aanpak?

Situatie A – eenmalige verkoop

Een ondernemer verkoopt na 15 jaar zijn participatie in een operationele vennootschap.

  • geen voorafgaande herstructureringen,
  • geen complexe tussenstappen,
  • verkoop aan een derde partij.

Dit is typisch een klassieke aandelenverkoop. Afhankelijk van timing (vóór/na 2026) en participatiegraad kan de nieuwe meerwaardebelasting spelen, maar het beroepsmatige karakter ligt hier niet voor de hand.

Situatie B – gestructureerde transacties

Een ondernemer:

  • bouwt participaties op,
  • verkoopt regelmatig aandelen,
  • werkt met tussenvennootschappen,
  • herinvesteert systematisch,
  • en haalt een aanzienlijk deel van zijn inkomen uit deze transacties.

Hier ontstaat het risico dat de fiscus zegt: Dit is geen toevallige verkoop meer, maar een winstgevende activiteit. De kwalificatie als beroepsinkomen komt dan nadrukkelijk in beeld — met alle fiscale gevolgen van dien.

Tot slot

Deze casussen tonen waar het écht over gaat: niet over één transactie, maar over patroon, herhaling en intentie. Bij Cobofisk vertrekken we daarom zelden van de vraag “hoeveel belasting betaal ik?” maar wel van: welk verhaal vertellen mijn feiten?

Want dát is het verhaal dat de fiscus leest.

Contacteer Cobofisk